Scheikunde

Klas 3

In de derde klas krijgen alle leerlingen twee uur per week het vak scheikunde. Net als natuurkunde, sluit dit vak aan op science uit de 1e en 2e klas. In het begin gaat scheikunde vooral over "de kunst van het scheiden van stoffen". Daarna bestuderen we hoe stoffen met elkaar reageren en omgevormd worden tot nieuwe stoffen. Het scheiden, mengen en laten reageren van stoffen ga je zelf ook veel oefenen in het laboratorium. In de derde klas gaan de theorie en de proeven van scheikunde onder andere over deze onderwerpen:
  • Hoe kun je stoffen van elkaar scheiden?
  • Hoe kun je stoffen van fase laten veranderen?
  • Uit wat voor deeltjes zijn stoffen opgebouwd?
  • Wat zijn chemische reacties?
  • Hoe kun je van de ene stof een andere stof maken?

Tweede fase

Als je scheikunde als profielvak hebt gekozen, krijg je in het laboratorium nog veel meer ervaring in het doen van onderzoek en het werken met allerlei soorten glaswerk en apparatuur. In de theorielessen bouw je steeds verder voort op de basis uit de derde klas. Als je steeds meer van de eigenschappen van stoffen weet en leert hoe je processen met berekeningen kunt voorspellen, kun je scheikunde gaan toepassen voor allerlei dingen in het dagelijks leven. Met het volgen van het vak zul je ontdekken dat bijna alles wat je in het dagelijks leven gebruikt, te maken heeft met scheikunde. We gaan in het bijzonder op zoek naar de scheikunde die schuilgaat achter deze onderwerpen:
  • Natuur en milieu
  • Voeding en geneeskunde
  • Energiebronnen en industrie