Nederlands

Onderbouw Nederlands

We gebruiken de methode Nieuw Nederlands van Wolters-Noordhoff. De methode wordt gebruikt als leidraad. Het basisprogramma dat de sectie heeft opgesteld - en ieder jaar bijstelt - is op deze methode geënt. Zo heeft iedere leerling hetzelfde programma doorlopen als hij overgaat naar een volgende klas. Bovendien is het overnemen van een klas door een collega geen probleem. Het basisprogramma telt een aantal gemeenschappelijke toetsen, zodat de klassen onderling vergeleken kunnen worden. De onderdelen die getoetst worden, zijn: lezen (tekstbegrip), schrijven, (werkwoord)spelling, grammatica en fictie. Naast het basisprogramma is voldoende ruimte voor de docent om stof uit te diepen, actuele onderwerpen aan de orde te stellen, te werken aan bepaalde persoonlijke interesses of aan die van een leerling.

Om het beginniveau van de leerlingen vast te stellen, nemen we in de eerste periode van het eerste jaar een toets af. Mochten er lacunes blijken, dan is bijles mogelijk. De bijlessen staan gewoon in het rooster. Deze lessen extra-Nederlands (EXN) vinden meestal aan het eind van de schooldag plaats.

Literatuur is een belangrijk onderdeel van het programma van Nederlands. Op de ELO (de elektronische leeromgeving) staat een lijst met titels van de boeken die dat jaar gelezen kunnen worden. Met behulp van www.lezenvoordelijst.nl vindt iedere leerling een boek op zijn niveau. Ook de mediothecaressen kunnen hulp bieden. De leerlingen lezen de boeken hoofdzakelijk buiten de les. In de les worden de boeken behandeld en met behulp van een creatieve opdracht verwerkt.

In de brugklas is over het algemeen geen huiswerk voor het vak Nederlands. In de les krijgen de leerlingen voldoende gelegenheid het opgegeven werk af te krijgen. Alleen de leesboeken zullen gedeeltelijk thuis gelezen moeten worden.

Het Sint-Nicolaaslyceum heeft ieder jaar vakoverstijgende projecten. Aan deze projecten levert ook het vak Nederlands een bijdrage. Natuurlijk wordt waar mogelijk de computer benut.

Tweede fase Nederlands en Nederlandse letterkunde (vwo)

Nederlands in de tweede fase
Tegenwoordig begint de voorbereiding op het eindexamen Nederlands al in het vierde leerjaar. Er wordt stevig geoefend op de onderdelen schrijven (spelling, stijl en formuleren, documenteren), lezen (tekstbegrip en samenvatten) en mondelinge taalvaardigheid (voordracht). In het vijfde leerjaar (havo) en vijfde en zesde leerjaar (vwo) worden de schrijfvaardigheid en de mondelinge taalvaardigheid in de vorm van schoolexamens getoetst.

Het gemiddelde schoolexamencijfer telt voor vijftig procent mee in het eindresultaat; de andere helft van het examencijfer wordt bepaald door het centraal schriftelijk examen waarin de leesvaardigheid getoetst wordt. De toetsing vindt plaats aan de hand van vragen en opdrachten bij een aantal teksten, waaronder een samenvattingsopdracht.

Nederlandse letterkunde in de tweede fase
Binnen het vak Nederlands wordt ruim aandacht besteed aan literatuur. De literatuurgeschiedenis, werken uit verschillende periodes en een aantal titels uit de literaire canon worden uitgebreid behandeld.

Havo
De literatuurlijst op de havoafdeling bestaat in totaal uit acht literaire werken. Het onderdeel literatuur bestaat uit een kennismaking met de historische en de eigentijdse literatuur. Voor de examens die de komende jaren worden afgesloten, geldt dat er twee werken worden getoetst gerelateerd aan de behandelde periodes. Er worden twee literaire werken klassikaal gelezen, maar de leerlingen krijgen ook ruimte hun eigen literaire smaak te volgen en te ontwikkelen. Kennis van literaire begrippen en vaardigheden als argumentatie zijn onderdeel van de toetsen. In 4-havo wordt een schriftelijk schoolexamen afgenomen over twee verplicht te lezen titels. De literatuur wordt in 5-havo afgerond met een mondeling schoolexamen over vier literaire werken die in 5-havo gelezen zijn.

Vwo
De literatuurlijst op het vwo bestaat uit minimaal twaalf literaire werken. Voor de examens die de komende jaren worden afgesloten, geldt dat er twee werken worden getoetst gerelateerd aan de behandelde periodes. Een kwart van de werken bestaat uit verplicht te lezen titels, met een schriftelijke toets als afsluiting. De andere titels zijn eigen keus en worden met een schriftelijke of mondelinge toets afgesloten. Hiervan zijn drie titels gekozen rond een thema. De kandidaat is vrij in het vaststellen van een letterkundig thema en onderzoekt de drie geselecteerde werken op dit thema. Het onderzoek, de verslaglegging en het uiteindelijke product, een literair essay, zijn vaardigheden die tot de leerdoelen van het vak Nederlands behoren. Het essay is een van de schriftelijke schoolexamens.

Eventueel brengen we een bezoek aan een tentoonstelling met een afsluitende opdracht, bijvoorbeeld in het Nederlands Letterkundig Museum te Den Haag. Zo mogelijk worden er projecten georganiseerd in samenwerking met de moderne vreemde talen, zoals een poëzieproject en een Romantiekproject.