Economie

Jonge mensen denken nogal eens dat je met het vak economie leert, hoe je (veel) geld kan verdienen. Een al te eenvoudige gedachte: geld is een belangrijk begrip in de economie maar om veel geld te verdienen moet je vooral slim zijn en een zakelijk instinct hebben. Het streven van de sectie is gericht op het aanmeten van een economische bril bij de leerlingen,het begrijpen van de economische actualiteit, de leerlingen laten inzien dat zij zelf deel zijn van en deelnemen aan deze economische werkelijkheid. Om zover te komen zullen de leerlingen heel wat economische begrippen moeten leren en deze ook moeten kunnen hanteren. Dit laatste vereist het aanleren van vaardigheden om economische vraagstukken op te lossen: logisch en samenhangend kunnen redeneren, gegevens aflezen uit grafieken en tabellen, werken met procenten en indexcijfers. De leerlingen moeten tevens behoorlijk kunnen rekenen en eenvoudige wiskundige middelen kunnen toepassen.

Het vak economie is met de invoering van de tweede fase opgesplitst in een deelvak (economie 1) en een totaal vak (economie 1,2). In beide vakken komen onderdelen uit de algemene economie aan de orde. Algemene economie bestudeert het vak op landelijk (algemeen) niveau. In studieboeken komen we in dit verband wel eens de term macro-economie tegen. In hun streven naar een zo groot mogelijke welvaart stuiten de mensen op economische problemen die ons allen raken. Inflatie en werkloosheid zijn in dit verband grote boosdoeners. Andere onderwerpen zijn: de functie en werking van banken, de rol van de overheid, internationale handel (Europese Unie). Zonder volledig te willen zijn moet verder nog genoemd worden dat uitgebreid aandacht wordt besteed aan de werking van markten: vraag en aanbod bepalen in meer of mindere mate welke marktprijs uiteindelijk tot stand komt.

Het bedrijfseconomische vak,dat tegenwoordig Management en Organisatie heet, bestudeert het functioneren van één bedrijf. Om de concurrentie met andere ondernemingen te weerstaan, zal een bedrijf tijdens haar bestaan veel beslissingen moeten nemen, die haar marktpositie versterken. Bij de oprichting van een bedrijf moet allereerst de juiste ondernemingsvorm gekozen worden. Deze legt de juridische status van een bedrijf vast en heeft voor de eigenaren zwaarwegende gevolgen. De belangrijkste consequentie is de mate van aansprakelijkheid ten aanzien van gemaakte schulden.

Andere onderwerpen die aan de orde komen zijn: de financiering van het benodigde vermogen (eigen versus vreemd vermogen), de balans en resultatenrekening, het gebruik van kengetallen om de financiële positie te beoordelen, het berekenen van kosten en kostprijzen die het management hanteert om de doelmatigheid van het productieproces te beoordelen. Tot slot is marketing een onderdeel dat uitgebreid behandeld wordt.

Om de leerlingen intensiever bij het vak M&O te betrekken is een bedrijfssimulatiespel ontwikkeld dat de naam Businessklas draagt. Zij spelen in kleine groepjes tegen elkaar en worden geconfontreerd met het nemen van beslissingen op het niveau van een onderneming in de realiteit: hoe kan ik door de juiste beoordeling van de uitgangspositie van mijn bedrijf en rekening houdend met het marktgedrag van mijn concurrenten mijn bedrijf zodanig leiden dat de onderneming succesvol wordt.

Op het St. Nicolaaslyceum wordt –zowel op havo als vwo gewerkt met de lesbrieven van het LWEO (Landelijke Werkgroep Economie Onderwijs).